Dossier K. is het langverwachte vervolg op het immens succesvolle De zaak Alzheimer, de film die de Belgische cinema in 2003 nieuw leven inblies. De film liet zeven jaar op zich wachten en er werd vijf jaar lang aan het script gesleuteld, onder meer door de regisseur van Alzheimer, Erik van Looy. Net als zijn voorganger, is Dossier K gebaseerd op een roman van Jef Geeraerts, maar er moest veel worden veranderd om het nogal gedateerde verhaal te moderniseren. Door omstandigheden (hij heeft het te druk als quizmaster op de Vlaamse TV) kon Van Looy de film zelf niet regisseren, en werd manusje-van-alles Jan Verheyen aangezocht.
In het centrum van Antwerpen, ‘op de Kaaien’, wordt een Albanese gangster vermoord. De verdenking valt op een rivaliserende clan en om een clanoorlog te voorkomen, willen commissaris Vincke en zijn adjudant Verstuyft de dader zo snel mogelijk oppakken. De zoon van de vermoorde, Nazim, komt over vanuit Albanië om zijn vader te wreken, in overeenkomst met de kanoen (Arabisch voor wet, hier gebruikt als ‘erecode’) van zijn volk en clan. Nazim weet zijn taak te vervullen, maar hij komt dan tot een gruwelijke ontdekking: zijn vader was een zogenaamde ‘rat’, een verklikker. Vincke en Verstuyft hebben inmiddels ook zo hun problemen: tijdens hun onderzoek worden ze gedwongen om samen te werken met de louche Procureur Bracke en Vinckes erfvijand De Keyser, die de leiding heeft over een speciaal onderzoeksteam dat zich bezighoudt met de georganiseerde misdaad. Een geheimzinnig dossier, dossier K., leidt tot een verrassende ontknoping ...
Het aantrekken van Verheyen als regisseur werd door velen gezien als risico. De man heeft immers, als organisator van ‘De Nacht van de Wansmaak’ en maker van goedkope snertfilms geen vlekkeloze reputatie, maar gelukkig verstaat hij zijn vak behoorlijk, zoals hij reeds had bewezen tijdens de paar keren dat er wel een beroep werd gedaan op zijn talent. Dossier K is meer een actiethriller dan het meer psychologiserende De Zaak Alzheimer. Door de no-nonsense aanpak van Verheyen, is de film spannender en (vooral) gewelddadiger dan zijn voorganger. Het inkijkje in de wereld van de Albanese clancultuur is interessant (ik heb overigens geen idee hoe realistisch dit is) en in vergelijking tot de eerdere film ontbreekt alleen Jan Decleir. Het voordeel van Decleirs absentie is dan weer dat Koen de Bouw, als Vincke, meer ruimte krijgt om zijn rol uit te diepen. Uitstekende bijrollen worden dit keer vervuld door de veteraan Jappe Claes, als de Procureur, en de verrukkelijke Hilde de Baerdemaeker, als een temperamentvolle medewerkster van Vincke en Verstyft; haar voorzichtige romance met Vincke leidt tot een dramatisch en emotioneel hoogtepunt in de film.
Bij De Zaak Alzheimer werd reeds gesproken van een Hollywood-sfeer, maar Van Looy leek nog evenzeer geïnspireerd door de Franse cinema, met name Jean-Pierre Melville. Verheyen kiest resoluut voor een recht-voor-zijn-raap aanpak in de lijn van een John Frankenheimer of Michael Mann, en die aanpak werpt vruchten af: Dossier K is snel en opwindend, en sommige actiescènes (met name die ene met Baerdemaeker, waarvan ik de afloop niet wil verraden) zijn werkelijk razend spannend. Het camerawerk is helaas niet altijd even vlekkeloos, met name een aantal close-ups maakten een wat ongelukkige indruk, en soms zit de camera gewoon té dicht op de actie, waardoor het overzicht ontbreekt. Het locatiewerk in de Pyreneeën (die model staan voor Albanië) is dan weer voortreffelijk. Die adelaar in de openingsscène vergeten niet meer. Puik werk, jongens!